Wie aan romantiek denkt, denkt als snel aan kaarslicht, het intieme samenzijn van geliefden, exotische reisbestemmingen. Romantiek gaat echter veel verder dan dat. Het heeft een diepe verankering in onze menselijke psyche. Hoewel je een romantische sfeer prima kan ervaren wanneer je alleen bent, is het juist de liefdevolle geestesverwantschap die ontstaat tussen mensen waardoor romantiek zo wordt gekenmerkt. Een groot palet aan hulpmiddelen draagt ertoe bij om dit gedeelde gevoel te kunnen bereiken. Wie zegt: “Ik ben niet romantisch,” zegt eigenlijk: “Ik heb mijn romantische vaardigheden niet ontwikkeld.”
De mens bezit van nature het vermogen tot romantiek; tot verrijking en vervolmaking van ervaringen; tot het creëren van een gezamenlijk gemoed. Dat laatste is waar romantiek vooral over gaat. Alle symbolische en rituele elementen die wij toekennen aan romantiek hebben te maken met het tot stand brengen van die gezamenlijkheid. Door een kaars aan te steken en het licht te dimmen wordt de omgeving zachter, alles vloeit in elkaar over. Aangename muziek brengt luisteraars in een bepaald gemoed, waardoor zij nader tot elkaar komen.
Het woord ‘romantisch’ heeft een rijk geschakeerde ontwikkeling doorgemaakt en het duurde tot begin 19e eeuw voordat dit woord als bijvoeglijk naamwoord in de woordenboeken werd opgenomen. De basis is gelegd in 1566 in Frans-Nederlandse en Spaans-Nederlandse woordenboeken en verliep vervolgens van verwijzingen naar ‘opgepronkt’, ‘buiten de waarheid spreken’, ‘het vertellen van uitzonderlijke leugens’ en ‘fabelachtig’, naar associaties met ‘betooverend’, ‘schoonheid’, ‘verrukkelijk’ en ‘bekoorlijk’. Een illustrerende en tot de verbeelding sprekende verwijzing uit de geschiedenis van het begrip is ‘een verzierde Liefdens-vertelling met zonderlinge avontuuren, en onverwachte uytkomsten.’

